‘Geloven vanuit je hart, dat is wat telt’: Moslimholebi’s over geloof en seksualiteit

‘Toen ik opgroeide was het moeilijk om geloof en seksualiteit te combineren. Sommigen zeggen dat je beiden niet kan combineren, anderen zeggen ik neem er enkel dit van, maar niet dat. Dan zijn er mensen die hun religie volledig loslaten en helemaal homo zijn. Andere mensen zeggen dan weer dat je niet aan die gevoelens moet toegeven. Maar een derde groep weet perfect hoe beiden te verzoenen.’

Aan het woord is Jamila, een 33-jarige lesbienne van Marokkaanse afkomst, die vertelt over een dilemma dat ook aan bod in het werk van enkele kunstenaars tijdens dit festival: hoe kan je holebi en praktiserend moslim zijn? Wat houdt dit spanningsveld tussen religie en seksualiteit precies in? Ondanks de geloofsdilemma’s waar moslimholebi’s vaak mee worstelen, vormen God, het geloof en de geloofspraktijken een steun en toeverlaat, een blauwdruk of richtingswijzer om een goed en zinvol leven te leiden. Specifiek voor migranten betekent het geloof daarnaast een vast referentiepunt in sterk veranderde levensomstandigheden. De afgelopen 15 jaar zijn verschillende organisaties ontstaan, zowel in België als in het buitenland, die holebi’s met een moslimachtergrond steunen in hun zoektocht om deze contrasterende aspecten van hun identiteit te verzoenen. Zo biedt het Brusselse Merhaba onder andere op haar website een lijst aan van boeken, artikels en documentaires waarin de dilemma’s waar moslimholebi’s mee worstelen, aangekaart worden. Door de steun van deze organisaties, maar ook met behulp van het internet, het ontmoeten van gelijkgestemden, of zelf ploeteren door de Koran, nemen moslimholebi’s de religieuze teksten onder handen. Vooral voor degenen die naar België migreerden, opent hun migratie deuren naar mogelijkheden die voorheen buiten bereik lagen. Hoewel veel holebi’s erin slagen om seksualiteit en geloof te verzoenen ervaart een minderheid een constant en vaak verwarrend gevoel van ambivalentie. Ze hebben het gevoel heen en weer geslingerd te worden tussen enerzijds hun seksuele verlangens en anderzijds de verwachtingen die het geloof hen oplegt.

Wanneer gelovige moslimholebi’s de teksten onder de loep nemen, weerleggen ze niet de inhoud ervan, maar wel de traditionele interpretaties door moslimgeleerden. Of ze stellen dat een letterlijke interpretatie niet mogelijk is, maar dat het nodig is de teksten binnen hun cultureel en historisch kader te plaatsen. Hoewel een verzoening op basis van intellectuele en tekstuele argumenten belangrijk is, geldt dit niet voor iedereen. Zij beroepen zich op een meer belichaamde kennis, die gevoelens, verlangens en het lichaam als vertrekpunt neemt. Net zoals de Islam gekenmerkt wordt door een sterke diversiteit naargelang de regio en cultuur, zijn er verschillende manieren waarop moslimholebi’s zich verhouden tot hun geloof, geloofspraktijken en vooral God: van harmonieus over weerbarstig tot ambivalent en afvallig.

Jamila prikt met haar vork in een stuk appeltaart, terwijl ze verdergaat: ‘Tegenwoordig kom ik niet meer tegemoet aan de vijf Zuilen van de Islam, maar het zij zo. In de eerste plaats geloof je vanuit je hart. Dat is wat ik het meest belangrijk vind, denk ik: dat je gelooft in God vanuit je hart.’

Dr. Wim Peumans is postdoctoraal onderzoeker aan het African Centre for Migration and Society, University of the Witwatersrand, Johannesburg. Hij publiceerde eerder ‘Seks en stigma over grenzen heen’ (Acco uitgeverij Leuven, 2011) en zijn nieuw boek verschijnt in 2017 (‘Queer Muslims in Belgium: Religion, Sexuality and Migration’, bij IB Tauris, Londen).